Wie de eerste was, is nog altijd onbeslist
Mellow Yellow wordt meestal genoemd als de eerste, in 1973 geopend door Wernard Bruining. De zaak hield het vol tot 2017 en moest toen sluiten, omdat Amsterdam geen coffeeshop meer toestaat binnen een bepaalde afstand van een school.
In 1975 kocht Maarten Brusselers, tot dan huisdealer in de Melkweg, een oude zaak aan het Rusland in het centrum. Die bestaat nog steeds, al heet hij tegenwoordig anders — The Hit.
Een paar maanden later, ook in 1975, opende Henk de Vries de eerste Bulldog. Alle drie hebben ze een claim, en de betrokkenen zijn het er nooit helemaal over eens geworden.
De winkeliers schreven de regels zelf
In 1976 werd de Opiumwet gewijzigd. Er kwam een scheiding tussen softdrugs en harddrugs, en een kleine hoeveelheid voor eigen gebruik werd niet langer als handel gezien. Dat onderscheid is de basis van alles wat daarna kwam.
Alleen had niemand opgeschreven wat de regels dan precies waren. Dus deden de winkeliers dat zelf. Brusselers stelde samen met een collega huisregels op — geen verkoop onder de zestien, maximaal dertig gram, geen wederverkoop, geen harddrugs en geen wapens — liet ze op filtertipjes drukken en hing ze als poster aan de muur. Op zijn zakjes stond NIET VOOR HANDELSDOELEINDEN. Toen de politie na zeven maanden binnenviel, hield dat argument voldoende stand om verdere vervolging te voorkomen.
Het gedoogbeleid is niet op een ministerie bedacht. Het is in winkels als deze geïmproviseerd.
1978: er gaat een ballonnetje op
Bruining stopte in 1978 met Mellow Yellow. In datzelfde jaar openden hij en Brusselers samen een zaak aan de Roeterstraat. Het was hun eerste project samen en geen van beiden wist of het zou werken, dus stelde Bruining een naam voor die precies dat zei.
Een proefballonnetje oplaten: iets uitproberen en kijken welke kant de wind op waait. Ze noemden het Het Ballonnetje.
Het ging eerst helemaal niet goed
Er zat een weeffout in het plan. Brusselers had gerekend op de studenten in het gebouw aan de overkant, en die bleken harder te studeren en minder te blowen dan hij had aangenomen. Ook de samenwerking hield geen stand — Bruining stapte er na een paar maanden uit en Brusselers ging alleen verder, tot 1983.
Waarom dat jaartal boven de deur ertoe doet
Het gedogen hield stand en de coffeeshops schoten uit de grond. In 1993 telde Amsterdam er zo'n 550. Dat waren er te veel, en vanaf 1995 kwamen er geen nieuwe meer bij: een bestaande zaak kon van eigenaar wisselen, maar nieuwe vergunningen werden niet meer afgegeven. In 2008 waren er nog 224 over, en in 2026 zijn het er 165.
Een zaak die in 1978 openging hoort dus bij de kleine groep die er nog net op tijd bij was. Geen van de coffeeshops die daarna zijn geopend is echt nieuw — ze hebben allemaal een al bestaande vergunning overgenomen.
De regels zijn inmiddels strenger dan die op de filtertipjes: achttien in plaats van zestien, vijf gram in plaats van dertig, en een ID aan de deur. Wij zouden het niet anders willen. Juist die regels zijn waar het proefballonnetje op werd losgelaten, en de reden dat het nog altijd in de lucht hangt.
Waar dit vandaan komt. Veel van het bovenstaande komt uit een verslag van Wernard Bruining zelf, Het Rusland en het Ballonnetje (Cannabis Conclusions, 15 juni 2022). Het is zijn eigen herinnering en geen gedocumenteerde geschiedschrijving — mede daarom is de vraag wie de eerste was nooit beslecht.